t f
^

Wielerleaks

Het was een bewogen jaar dat bijna achter ons ligt. Een jaar dat we misschien zullen herinneren als het jaar van het lekken. Eind 2010 bracht Wikileaks de Amerikaanse regering in verlegenheid, en de dopingindex de internationale wielerunie in 2011. Een terugblik op het wielerjaar 2011 waarin de wielersport ook Wikileaks haalde.

Het is vrijdag de 13e, de ongeluksdag, maar niet voor Pieter Weening. De Fries verdedigt met verve op de Montevergine di Mercogliano zijn roze leiderstrui. De Ronde van Italië is in volle gang en de Nederlandse wielerfan geniet van de prestaties van Weening en later ook Steven Kruijswijk in de spaghettironde. Weening won eerder de epische rit over onverharde wegen naar Orvieto en pakte daar de roze leiderstrui. De Franse sportkrant L’Equipe pakte anders uit op de doemdag. De Fransen hadden beslag kunnen leggen op een explosief document. Een dopingindex waarmee de UCI en het WADA in de Tour de France van 2010 renners controleerden op basis van het risico op dopinggebruik door hen. De index decimeerde wielrenners tot een nummer, geen rugnummer maar een risicofactor. De classificatie van een Tourrenner vastgelegd in een schaal van 0 tot en met 10, waarbij 10 het hoogste risico betrof, hen achterlatende met een gebroken privacy en imago en een nooit eerder vertoonde vernedering voor de onschuldige. Want waarom heeft Robert Gesink een risicofactor van 1 en niet een van 0? Wat is het verschil tussen 1 en 0? Waarin zit dan dat verhoogd risico bij Gesink? De lijst riep alleen maar vragen op. Ook voor hen die zich nog nooit op enig moment verdacht gedragen hebben of in aanraking zijn geweest met doping zoals Robert Gesink.

Een lek dat nooit een lek had mogen zijn, maar hoe wisten de Franse journalisten van L’Equipe dat een dergelijke lijst bestond als die zo geheim was? Welnu de lijst werd genoemd in een officiële publicatie van het wereld antidopingagentschap WADA. En dus klopten de Franse speurhonden waarschijnlijk aan bij het toch al lekke AFLD, het Franse equivalent van de dopingautoriteit in Nederland, dat samen met de UCI in de Tour de dopingcontroles uitvoerden.

McQuaid en het WADA kondigden ‘ontdaan’ een diepgaand onderzoek aan naar het lek, maar daarvan heeft niemand meer iets van vernomen. De privacy maar ook het imago van de wielrenners leden enorme schade om maar niet te spreken van de wielersport als geheel. Toch gaf dit unieke document ons ook een directe blik in de dopingkeuken van de moderne wielrenner. Ik haal daarvoor wederom het hierboven genoemde officiële WADA-document aan. In het rapport van de Independent Observers valt op pagina negentien het volgende te lezen:

 

“A rider identified as having a priority index of ten was not tested for either urine or blood from 3 April to the start of the Tour. Recommendations made by the Laboratory following testing in the first three days of the Tour resulted in no further blood samples being collected but rather only urine and approximately ten days later. The IO Team became aware of the remarks made by the laboratory regarding the analysis of this rider’s specific sample that raised the suspicion of the use of proteases. No further information regarding any actions taken by the UCI for further analysis of that sample was made available.”(bron. Report of the Independent Observers, Tour de France 2010, pub. 28 oktober 2010.)

In bovenstaande tekst wordt duidelijk een verband gelegd tussen de dopingindex die uitlekte in L’Equipe en de verdenking van het gebruik van protease door een wielrenner met een index van 10. Maar wat zijn nu proteases?

Proteases is een stof die gebruikt wordt in onder andere de wasmiddelenindustrie om vlekken uit kleren te krijgen maar kent dus ook andere minder eerbare toepassingen. Veel dopingcontroles zijn namelijk gebaseerde op het opsporen van eiwitten en enzymen in de urine. Het dopingproduct epo en afgeleide producten, worden ook via deze weg opgespoord in de urine. Protease breekt dus eiwitten en enzymen af en is daarmee een effectief maskeringsmiddel  voor dopinggebruikers. Overigens het enige maskeringsmiddel waarvoor het bewijs is geleverd dat het ook daadwerkelijk werkt. Tevens kunnen we concluderen dat urine waarin geen sporen meer van eiwitten en/of enzymen te vinden zijn, gemanipuleerd is om een dopingcontrole onmogelijk te maken en is dus à priori als positief te bestempelen. Omdat de urine afkomstig is van een renner met een index van 10 weten we ook dat de urine afkomstig moet zijn van Yaroslav Popovich of Carlos Barredo anderzijds. Aangenomen dat de lijst die L’Equipe publiceerde, klopt.

Een verontrustende waarheid. Want waarom werden Popovich of Barredo niet geschorst? En misschien moet het journaille zich ook de vraag stellen waarom ze hier nooit naar gerechercheerd hebben? Is het dan toch het snel scoren met een publicatie van een explosieve index waardoor de waarheidsvinding naar de achtergrond wordt verdrongen door L’Equipe en andere journalistieke broeders?

Dat doping een verregaande negatieve strekking heeft, ondervond ook Kazachstan. Julien Assange bracht eind 2010 de Verenigde Staten aan het wankelen door de openbaring van de zogenaamde US Embassy Cables. Tienduizenden gevoelige documenten kwamen op straat te liggen en konden op verschillende manieren gelezen worden. Zo ook een document over de wielerbond in Kazachstan waarmee eigenlijk de wielerploeg Astana wordt bedoeld.

“One prominent sport federation president who missed the torch call was Defense Minister Daniyal Akhmetov. He is head of the scandal-ridden Cycling Federation” (bron. US Embassy Cables, Lifestyle of the Kazazhstani leadership, 17 april 2008)

Een bewijs dat een positieve test van een wielrenner ook negatieve kanten heeft, als zijn ‘sponsor’ een regering blijkt te zien.

 

 

Share